Gejuich onder het puin vandaan?
Van de verhalen uit de Open Deur word je in de regel niet vrolijk. Zelden is er reden tot gejuich. Uitgeprocedeerde vluchtelingen en migranten zonder verblijfsvergunning scoren niet echt in de goed nieuws parade. Neem William, een jonge homoseksuele man uit Sierra Leone, die het opnieuw waagde met een verzoek om in ons land te mogen blijven vanwege schrijnende omstandigheden. Zijn partner was in elkaar geslagen en aan de verwondingen bezweken. Hijzelf had het er met een messteek in zijn rug en een beschadigd oog levend van afgebracht. Niet schrijnend genoeg voor de IND, want hij had geen paspoort en geen machtiging tot voorlopig verblijf geregeld. Dat laatste doe je bij de Nederlandse ambassade in het land waar je vandaan komt, maar dat land hééft geen Nederlandse ambassade. Alleen al op die grond kon de aanvraag worden afgewezen. Of hij zich dan eerst nog eens een keer in elkaar moest laten slaan en ook zijn andere oog moest laten beschadigen? Of erger? Meneer is homoseksueel, geen masochist! ‘Daar hebben we geen boodschap aan, meneer.’ De behandelende ambtenaar was klip en klaar in zijn antwoord, maar kennelijk humaan genoeg om er aan toe te voegen: ‘U mag op het antwoord wachten of weggaan.’ William nam het zekere voor het onzekere en wandelde de deur uit. Maar goed ook, want na een minuut of tien kwam de negatieve beschikking. Als hij was gebleven, had de vreemdelingenpolitie hem meteen in de kraag gepakt en in vreemdelingenbewaring genomen. Dat betekent in de regel tot het verblijf van een maand of tien, twaalf op de detentieboot in Zaandam of in Kamp Zeist. Weinig bewegingsvrijheid, een uurtje luchten per dag en een uurtje extra op zondag: een kerkdienst als troost en ‘uitje’. Een puinzooi.
Hoe eerst een burgeroorlog een puinhoop van je leven kan maken en dan nog eens het feit dat je in je eigen land niet kunt zijn wie je bent. Om vervolgens in het land van je toevlucht niet te worden erkend in je beroep op een menselijk bestaan. Dat onze samenleving verkilt, uit zich in steeds strengere toelatingseisen voor vreemdelingen. En het bizarre is dat de meesten die in vreemdelingenbewaring komen niet uitzetbaar blijken te zijn en op een gegeven moment toch weer op straat worden gedumpt ‘omdat andere belangen prevaleren’. Dat wil zeggen dat er weer plaats moet worden gemaakt voor anderen in een even vruchteloze poging die uit te zetten naar hun land.
William loopt nu dus ‘illegaal’ rond in Amsterdam. Hij laat zich er niet onder krijgen. Hij helpt mee als kok in een inloopplek en is deelnemer aan een gespreksgroep ‘soul at work’. In de groep bespreken ze teksten van bisschop Desmond Tutu, Moeder Teresa, Nelson Mandela, Martin Luther King, en ze putten er hoop en inspiratie uit. William ontwikkelde een plan om voor de mensen in zijn eigen land ook een ‘soul at work’-project op te zetten. Hoop en inspiratie bieden aan kwetsbare mensen en ze helpen een nieuwe start in hun leven te maken. ‘Door mensen te bezoeken die met een levensbedreigende ziekte in een ziekenhuis liggen, gevangenen, straatkinderen, daklozen, drop outs van school, de homogemeenschap, voormalige soldaten die door de burgeroorlog getraumatiseerd zijn, en vele anderen’, zo beschrijft hij het project waarvoor hij medestanders zoekt voor een inloopplek, een internetcafé, een bibliotheek en een radioprogramma. Mensen in Sierra Leone heeft hij al, nu nog wat fondsen uit Nederland om het mogelijk te maken. ‘Ik ben’, zegt hij van zichzelf, ‘een praktische dromer en ik wil mijn dromen zoveel mogelijk in praktijk brengen.’
De profetie uit Jesaja spreekt van de troost die komt van de Heer voor zijn volk, zodat de ‘puinhoop Jeruzalem’ in gejuich kan uitbarsten. Wie brengt die troost voor de puinhoop die Sierra Leone tot op de dag van vandaag is? Als God ogen, oren, hart en handen heeft, gebruikt Hij onze ogen, oren, harten en handen. En die van William. Is er reden tot juichen? Ik zou denken van wel.
Cor Ofman