Stichting De Open Deur

 

De Open Deur in 2010

De Open Deur – kerkelijk inloopcentrum met een lage drempel

 

Toen in 1944 de paters MSF (missionarissen van de heilige familie) vanwege de oorlog niet ‘naar de missie’ konden, openden ze in Amsterdam een aantal ‘open deuren’, waar niet-katholieken welkom waren voor een oriënterend gesprek over het r.k. geloof. Vaak mondde dat uit in de doop en de toetreding tot de r.k. kerk. Tegen het eind van de jaren vijftig ontstond een vorm van ‘crisispastoraat’ (telefonische hulpdienst en gesprekken), in de jaren zestig kwam de ‘homofiele medemens’ in beeld en boden de paters, later aangevuld met een protestantse predikant, een luisterend oor.

De Open Deur was toen gevestigd op de Heiligeweg, in een winkelpand.

 

De Open Deur verhuisde op 1 oktober 1987 naar het Houten Huys op het Begijnhof en maakte deel uit van het r.k. Citypastoraat. Jan van Duijnhoven ofm (franciskaan) en Cor Ofman (protestants pastor) zetten met een tiental gastvrouwen en gastheren het werk voort. Van maandag t/m zaterdag gaven ze tijd en aandacht aan wie kwam binnenlopen. In het begin bijna niemand. In feite begon de Open Deur opnieuw als een vorm van bijzonder pastoraat voor mensen die de weg naar de kerk, welke dan ook, niet goed konden vinden, omdat de drempel te hoog was. Wie zonder enige kerkelijke bagage rondloopt, vindt niet automatisch aansluiting bij een bestaande, naar binnen gekeerde, kerk.

 

Als kerkelijk centrum ‘voor advies en gesprek’ bracht het zoekers naar zingeving in contact met hun eigen verlangen naar zingeving en naar kerkelijke gemeenschappen die daarbij pasten. De Nicolaaskerk met een ‘abdijliturgie’ heeft een andere kleur dan bijvoorbeeld de Papegaai in de Kalverstraat met een Latijnse hoogmis, of met de Dominicus, die uitgroeide tot een oecumenische kerkgemeenschap. Ook in de protestantse kerk waren er kerken van diverse kleur: de Oude Kerk met een ‘hoge’ liturgie, de Westerkerk met, toen nog, een ‘preektijger’ als Nico ter Linden, de Noorderkerk (van de ‘gereformeerde bond’) en de maatschappelijk geëngageerde Keizersgrachtkerk vroegen voor nieuwkomers als het ware om maatwerk.

In de beginjaren in het Houten Huys vroegen ook mensen met hiv en aids om pastorale begeleiding in het omgaan met hun ziekte, die bij gebrek aan de juiste medicatie, al snel leidde tot stervensbegeleiding en voorbereiding van een uitvaart. 

 

Pastoraat met een diaconaal gezicht 

Halverwege de jaren negentig kwam er een extra dimensie bij: er diende zich een groep aan van mensen zonder verblijfsvergunning, ‘illegale’ arbeidsmigranten en uitgeprocedeerde asielzoekers.

Het accent breidde zich gaandeweg uit van pastorale begeleiding (die bleef) naar diaconale hulp.

In 1995 kwam de eerste diaconaal-maatschappelijk werker in dienst, die een ‘sociale kaart’ van Amsterdam samenstelde en naast de pastores hulpvragers begeleidde.

In dezelfde tijd maakte de Open Deur een groei van hulpvragers uit vele landen door die zich tot op de dag van vandaag voortzet. Dagen waarop twintig tot dertig mensen zich melden, zijn geen uitzondering meer. Als voor een ‘gewone’ maatschappelijk werker de case load op vijf tot zes cliëntcontacten per dag ligt, is bij de Open Deur sprake van een extreem hoge werkdruk. In 2010 werd zelfs overgegaan tot ‘vijftien minuten contacten’ voor acute hulpvragen.

 

De cijfers van 2010

In 2010 werden door de drie medewerkers van de Open Deur gesprekken gevoerd met 318 nieuwe bezoekers uit 64 landen. Daarvan waren er 20 van Nederlandse origine. De top tien uit het buitenland wordt aangevoerd door Nigeria (26), Sierra Leone (25), Ghana (23), Marokko (15), Somalië (14), Suriname (14), DRC Congo (13), Irak (12), Liberia (10) en Burundi (8). Turkije (7) en Oeganda (7) staan op een gedeelde elfde plaats, gevolgd door Guinée-Conakry, Iran en Pakistan en Soedan (elk met 6). Uit Egypte en Ivoorkust kwamen 5 bezoekers; uit Angola, Ethiopië, Eritrea, India, Kameroen, Roemenië en Rusland 4. De overige bezoekers kwamen uit 45 landen. Het ging om 228 mannen en 90 vrouwen. Niet is meegeteld of het ging om een (één ouder-) gezin en om hoeveel kinderen het ging.

De leeftijdsopbouw is als volgt: 6 personen zijn geboren tussen 1945 en 1949; 26 personen tussen 1950 en 1959; 52 personen tussen 1960 en 1969; 90 personen tussen 1970 en 1979; 107 personen tussen 1980 en 1989; 16 personen tussen 1990 en 1992. De oudste was 65, de jongste (net) 18.

 

Daarnaast onderhielden we contact met 136 bezoekers uit voorgaande jaren. Het aantal gesprekscontacten per bezoeker varieert van één keer per week tot één keer per maand.

Onder de bezoekers met een verblijfsvergunning zitten relatief veel Franssprekende ex-asielzoekers. Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat de Franstalige pastoraat ook op het Begijnhof vieringen heeft en de parochianen de weg naar de Open Deur heeft gevonden en anderzijds dat de communicatie met andere hulpverleners moeizaam verloopt. In die zin heeft de open Deur een bemiddelende functie naar de Amsterdamse hulpverlening toe om vastgelopen contacten weer vlot te trekken.

 

Steun van buiten af

Bij diaconale hulpverlening hoort in de regel ook diaconale ondersteuning. Voor specifieke groepen mensen zonder papieren kon een beroep gedaan worden op de gemeente Amsterdam. Met name ‘illegalen’ met ernstige medische problemen, die een procedure voor medische behandeling hadden opgestart, kwam er een gemeentelijke bijdrage uit het Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving voor een ‘brood-bed-bad-uitkering’.

In 2008 ging het om € 225.000, in 2009 om € 200.000 en in 2010 om € 150.000. De geleidelijke vermindering van het bedrag heeft te maken met toegekende verblijfsvergunningen, het geplaatst krijgen van ex-asielzoekers in de Rijksopvang en uiteindelijk verloren procedures, waarbij mensen moeten ‘kiezen’ voor een voortgezet bestaan in de ‘illegaliteit’ of voor terugkeer naar hun land van herkomst. Daarnaast is er een ondersteuning vanuit het Aidsfonds voor mensen met hiv. In 2010 ging het om een ‘bad-bed-brood-bijdrage’ van ca. € 20.000.

 

Voor bezoekers, die nog in een voortraject zaten, kon de Open Deur tot drie jaar geleden financiële ondersteuning geven door  een bijdrage van de Protestantse Diaconie (die neerkwam op zo’n € 35.000 per jaar. Met de komst van het Wereldhuis, een op de Nieuwe Herengracht 20 gevestigde inloop voor ‘ongedocumenteerden’, stopte de bijdrage, maar niet het aantal bezoekers dat een beroep deed op de Open Deur. Doordat een aantal katholieke fondsen insprong, kon het werk worden voortgezet. Daarnaast kwam er van andere fondsen, uit kerkelijke collectes en bijdragen van particulieren een bedrag binnen van € 120.000 waaruit de eerste nood gelenigd kan worden. [i]

 

De Open Deur signaleert 

De opvangvoorzieningen voor ongedocumenteerden zijn tot praktisch nul gereduceerd. Waar vroeger voor dakloze bezoekers van de Open Deur in de passantenverblijven de Haven van het Leger des Heils en de Veste van HVO/Querido nog wel eens overnachting kon worden geboden, nu is zijn ze vol en in feite alleen maar beschikbaar voor rechthebbenden, mensen met een Nederlands paspoort en een binding met Amsterdam.

Eind 2009 telden we onder de bezoekersgroep van de Open Deur en het Wereldhuis zo’n 140 dak- en thuislozen. Ze tellen niet mee in de gemeentelijke registratie, ze bestaan niet, maar ze zijn er wel.

De meesten van hen vinden opvang binnen hun eigen netwerk van landgenoten en migrantenkerken.

We signaleren vormen van sociale uitbuiting en seksueel misbruik. En we kunnen er weinig aan doen.

 

We spreken over risicogroepen.

Het meest duidelijk komt dat naar voren bij de slachtoffers van mensenhandel die gedwongen worden tot prostitutie (georganiseerde of informele) en die maar moeizaam toegang krijgen tot de B9-procedure van politie en justitie. De opvang zit in de regel vol.

Organisaties als Blinn en Comensa zijn tweedelijns organisaties, die voor de opvang naar de Open Deur terugverwijzen.

 

Er is de groep die, op de straat beland, geen andere mogelijkheid heeft dan de ‘voor wat hoort wat’ contacten. Onderdak in ruil voor seks met de onderdakgever. Je moet sterk zijn om dat te weigeren als je met een lege maag op straat rondloopt. In de loop van 2010 ging het om zo’n 30 bezoekers van de Open Deur. Soms bleek uit hun levensverhaal de verborgen hulpvraag en kan daar in beperkte mate in worden voorzien. Maar in de regel duurt het een tijd voordat het ware verhaal naar boven komt. Schaamte speelt een grote rol in cultuur van vrouwen én mannen uit Afrika.

Risico’s op seksueel overdraagbare aandoeningen zijn groot en ze vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Als mensen, die volgens de statistieken niet bestaan, wel (onder dwang of niet) seksueel actief zijn, zou het voorkomen van verspreiding van SOA’s de Amsterdamse overheidsinstanties een zorg moeten zijn.

 

Homoseksualiteit

In sommige gevallen worden Afrikaanse mannen zich vanwege seksuele contacten met andere mannen bewust van hun latente homoseksuele gevoelens. Omdat zoiets in de eigen kring moeilijk bespreekbaar is, is een opmerkzaam oor van een medewerker van de Open Deur nodig voor een coming out. We kunnen onder meer doorverwijzen naar organisaties als secret garden en veilige haven (met name voor moslims), maar die bieden geen (geld voor) onderdak.

 

We zouden graag nadrukkelijker in kaart willen brengen om hoeveel mensen het gaat. Maar daarvoor missen we de financiën die de mensen om wie het gaat te begeleiden met een ‘brood-bed-bad-voorziening’.

Misschien kunnen we fondsen interesseren voor het toekennen van een bijdrage om niet alleen het probleem in kaart te brengen, maar ook de mensen om wie het gaat daadwerkelijk te kunnen ondersteunen.

 

De Open Deur is in de afgelopen tijd veranderd. Van een gespreksmogelijkheid voor zoekers naar zingeving is het vooral uitgegroeid tot een pleisterplaats, soms de laatste reddingsboei, voor mensen die het meest noodzakelijke ontberen. De Open Deur is nadrukkelijk een kerkelijk inloopcentrum. Als we het over kerk hebben, dan hebben we het over pastoraat en diaconaat. Diaconaat is een wezenskenmerk van de kerk: omzien naar elkaar, naar de naaste in nood.

 

Cor Ofman

 

[i]  In 2010 werd de Open Deur gesteund door het RCOAK (€ 15.000), Projecten in Nederland (€ 15.000), de Stichting Jan Bos (€ 32.000), het Kimmefonds (€ 15.000), het Maria Strootfonds (€ 10.000), de Zusters van Liefde uit Tilburg (€ 1.500), de Katholieke Stichting ter Bevordering van Welzijnswerk (€ 2.500) de Vereniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser (€ 5.000), de Stichting Benevolentia (€5.000), de Stichting Vay (€ 695), de r.k. parochie van de H.Nicolaas (€ 3.800), de kerkgemeenschap van de Krijtberg (€ 3.300), de diaconie van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Amsterdam (€ 6.750), de Doopsgezinde Gemeente Den Ilp-landsmeer (€500), de Diensten met Belangstellenden (€250), en giften van particulieren (€5.000).

Daarnaast betaalt de parochie van de H. Nicolaas ten behoeve van de salaris- en exploitatiekosten van de Open Deur een bedrag van € 120.000.

We zijn ontzettend blij dat ons werk door zovelen wordt gedragen.