Als je vertrouwen in God verflauwt!
Als kind opgegroeid in een gelovig gezin, was God voor haar een vertrouwde aanwezige geweest. Zo had zij Hem meegekregen van haar ouders en haast vanzelfsprekend overgenomen. God hoorde bij haar leven van meet af aan, heel vanzelfsprekend.
Haar leven was allesbehalve gemakkelijk geweest. Haar jeugd werd gekenmerkt door hard werken thuis onder armoedige omstandigheden. En nauwelijks twintig jaar oud was zij weggetrokken van huis, hopend elders een beter leven op te kunnen bouwen. Zij was een energieke vrouw, met een geweldige wilskracht, niet bang voor het avontuur. Meerdere keren werd haar vertrouwen in mensen beschaamd en moest zij door schade en schande wijzer geworden, haar leven weer oppakken. En het lukte haar, iedere keer weer. Bij wie vond zij steun? Zij had soms niemand anders dan haar God. God, die zij vanaf haar jonge jaren had leren kennen en die als enige met haar meetrok, als die vertrouwde aanwezige op de achtergrond. Bij Hem kon ze inderdaad steun zoeken en bidden om kracht. Zij had echter vooral geleerd dat je nooit bij de pakken moet gaan neerzitten, maar de moed moet verzamelen om stappen te zetten en verder te gaan. Stevig meewerken met de genade! Vooral wilskracht had haar steeds weer overeind geholpen en verder doen gaan.
Nu was zij al enige tijd uitgewerkt en kon zij genieten van haar AOW. Haar wilskracht om te overleven was niet meer zo nodig. En trouwens, haar krachten begonnen af te nemen, zo merkte zij. Een nieuwe ervaring, die haar onzeker maakte. En tot haar schrik merkte zij dat in deze nieuwe situatie haar God, die zolang een vertrouwde aanwezige op de achtergrond was geweest, uit beeld dreigde te raken. De relatie met Hem leek steeds meer te verflauwen. Zij vond het moeilijk om daarover met anderen te praten. Bij een aantal kennissen speelde geloof geen rol, zo leek het. En bij anderen uit de eigen geloofsgemeenschap durfde zij niet met haar twijfel naar voren te komen. Hoe zouden die reageren op haar vragen en onzekerheid?
De Open Deur was voor haar een plek waar zij haar vraag durfde neerleggen en delen. Die drempel durfde zij uiteindelijk wel over. Er volgden enkele open en intense gesprekken, waardoor er ruimte ontstond om in deze nieuwe levensfase verder op weg te gaan, ook met God.
Bovenstaande ontmoeting kwam mij voor de geest toen ik stilstond bij het thema van dit Nicolaasnieuws: ‘Immanuël, God met ons’. In deze maanden leven we toe naar Kerstmis, Gods aanwezigheid in ons midden. Zijn aanwezigheid kunnen we ervaren als een voortdurende achtergrond of onderstroom van ons leven. ‘Iemand die met ons is’. Als zijn aanwezigheid je van jongs af aan is bijgebracht, dan kan Hij met je meegaan als een voortdurende achtergrondmuziek. Vroeg of laat kan het echter gebeuren, dat die muziek verflauwt of zelfs stokt. Dat kan gebeuren als er iets ingrijpends in je leven gebeurt. Dat hoor je vaker. Maar het kan ook gebeuren als je leven in een rustiger vaarwater komt, zoals in het levensverhaal van hiervoor. Als de druk er een beetje vanaf is én als je eigen krachten gaan afnemen en je op je eigen grenzen stoot. Als je meer en meer uit handen moet geven en jezelf steeds meer moet overgeven. Die confrontatie kan je noodgedwongen in een andere verhouding tot God plaatsen, een verhouding van overgave. Voor een wilskrachtig iemand kan dat heel lastig zijn. Door zo iemand wordt ‘jezelf overgeven’ gemakkelijk ervaren als ‘het opgeven van jezelf’.
Een moment van crisis in je vertrouwde relatie met God kan je aan het schrikken brengen. Het kan ook een moment van genade worden als je daardoor je relatie kunt verhelderen, uitzuiveren en verdiepen. ‘God met ons’ is geen vaststaand gegeven. Het gaat om een levende en soms ook spannende relatie. De Adventstijd is een bijzondere tijd om daarbij stil te staan: Hoe is God aanwezig in mijn leven nu? Welke ruimte bied ik Hem?
Theo van Adrichem ofm